Mexico 2013
 
Van Morelia naar Barra de Navidad en weer terug
 
Tekst: Kees de Jong - Foto's: Kees de Jong - Geplaatst: 3 december 2018

Rio Cuzalapa

Foto: Rio Cazulapa


 

Tijdens mijn reis in januari 2013 naar Mexico bestond een groot deel van de reis uit een trip die John Lyons, Kyle Piller, Martine Medina, Salvador Romero Gallardo en ik vanuit Morelia naar de aan de westkust gelegen plaats Barra de Navidad maakten. Het belangrijkste doel van deze trip was om de soorten van enkele reeds eerder bezochte locaties opnieuw te inventariseren en om enkele andere locaties te bezoeken. Het ging hierbij niet alleen om levendbarende tandkarpers en goodeïden, maar ook andere soorten maakten onderdeel uit van onze inventarisatie. Kyle was erg geïnteresseerd in de status van de soorten uit het genus Chirostoma (een geslacht van straalvinnige vissen uit de familie van koornaarvissen, vaak nog in het genus Menidia ingedeeld) en John wou de status van de lamprei en de cichlide Cichlasoma beani in het te doorkruisen gebied vaststellen. Mijn eigen interesse was voornamelijk het opnieuw vangen van een mooie stam van de kleinblijvende molly Poecilia chica. Deze soort had ik in 2000 ook gevangen en ondanks de grote hoeveelheid nakweek was het toen niet gelukt om de soort in stand te houden.

Niet alle tijdens de reis bezochte locaties zijn in dit verslag verwerkt. Alleen de meer in het oog springende en interessante locaties zijn vermeld. We vertrokken op 6 januari uit Morelia en waren daar op 10 januari weer terug. Tijdens de reis maakten we gebruik van de auto van Omar Dominguez Dominguez. Het vangen van de vissen werd sterk vereenvoudigd door het gebruik van elektrisch vissen. Met behulp van een accu worden stroomstoten in het water geplaatst en kunnen de naar boven drijvende vissen eenvoudig worden verzameld. Het op deze manier vangen van vissen brengt de vissen geen schade toe. Na een korte tijd zwemmen ze weer gewoon en ook wanneer deze vissen later in het aquarium worden gehouden ondervinden ze hier geen enkele last van. Zelf was ik nog regelmatig bezig met een hand- en/of sleepnet. Op de meeste plaatsen die we bezochten bestond de bodem uit rolkeien en dan is het vangen met netten veel lastiger of bijna onmogelijk. Het gebruik van elektriciteit maakt het dan allemaal een stuk eenvoudiger.


Overnachten deden we tijdens de reis in hotels die we toevallig beschikbaar waren. Genieten van het heerlijk Mexicaanse eten konden we op allerlei plaatsen en dat hebben we dan ook veel en vaak gedaan. Doordat mijn medereizigers goed geïnformeerd waren over de vele lokale gerechten, was ik ook in staat om de rijke variatie van de Mexicaanse keuken te ervaren.

De eerste locatie die we op 7 januari bezochten was de bron Presa Orandino, die onderdeel van het LermaTicket Presa Orandino stroomgebied is. Het is een klein meer bij het dorp Orandino ten westen van Jacona in de buurt van de plaats Zamora in de staat Michoacán. Rondom het meer bevindt zich een onverharde weg. Het meer wordt vaak gebruikt voor recreatieve doeleinden en de resultaten daarvan waren in de vorm van een grote hoeveelheid afval op de oever duidelijk zichtbaar. Het bleek noodzakelijk om een kleine bijdrage te leveren bij het betreden van het gebied. Aangezien we hiervoor een officieel kaartje ontvingen was dit geen probleem. Het meertje wordt gevoed vanuit een bron en rondom deze plek is het water zeer helder en waren veel vissen zichtbaar. Op andere plaatsen is het water troebel en is de bodem niet zichtbaar. We waren vooral benieuwd of de we de fraaie kleinere goodeïde Skiffia multipunctata hier nog aan konden treffen. Mannetjes van deze vissen kunnen een interessante zwarte tekening hebben en beschikken daarnaast soms ook nog over een prachtige gouden tekening. Het aantal plaatsen waarop de soort wordt aangetroffen is de laatste jaren sterk afgenomen, waardoor deze Skiffia sterk bedreigd is.

Een eerste blik in het water leverde een teleurstellend beeld op. Net als op zoveel plaatsen die we bezochten ook hier weer een grote aantallen geïntroduceerde vissen. Een deel van de vissen bleek ziek te zijn. Aan de oppervlak van het water zwommen grote scholen van de levendbarende tandkarpers. Naast molly’s (Poecilia cf mexicana) en groene zwaarddragers (Xiphophorus hellerii) waren enorm veel Pseudoxiphophorus bimaculatus aanwezig. Natuurlijk kwam de geïntroduceerde Afrikaanse tilapia (Oreochromis aureus) ook hier weer in grote scholen voor. Met ons visgerei togen we vervolgens bij de bron aan de slag. Naast het elektrische vissen, hebben we ook met het handnet tussen de planten vissen proberen te vangen. In het meer open water vingen we grote hoeveelheden van de gevlekte goodeïde Chapalichthys encaustus. Tussen de planten konden we nog twee goodeïden vangen. Zoogoneticus purhepechus kwam in een redelijk aantal voor en het was duidelijk te zien dat enkele vrouwtjes drachtig waren. Van de grootste goodeïde en tevens de rover van deze groep vissen, Alloophorus robustus, vingen we maar een enkel exemplaar. Het geringe aantal A. robustus is normaal, van de visetende soorten zijn altijd minder aanwezig dan van de als voedsel diende andere soorten. Ook de kleine levendbarende tandkarper Poeciliopsis infans kwamen we hier weer tegen. Deze soort, waarvan de mannetjes in de paartijd pikzwart met gele vinnen kunnen worden, komt in heel centraal Mexico voor en wordt vaak samen met goodeïden gevangen.

Ten aanzien van de vraag hoe het nu staat met Skiffia multipunctata op deze locatie kunnen we geen helder antwoord geven. Naar mijn beeld hadden we één mager mannetje van deze soort gevangen en ook in de emmer gedaan. Bij de inventarisatie konden we deze echter niet meer vinden. Nu wil dit niet alles zeggen, maar het is in ieder geval duidelijk dat de soort niet meer in grote hoeveelheden op deze plek wordt aangetroffen.

20130108 Rio Celio at Jacona 7De rest van de dag besteedden we aan het zoeken naar lamprei in enkele snelstromende riviertjes. In de Río Celio die door het plaatsje Jacona in de staat Michoacán stroomt konden we deze rariteit nog vangen. De Río Celio maakt onderdeel van het Río Lerma stroomgebied. Een uitermate interessante vis die zeer helder en schoon water nodig heeft en door de telkens verder oprukkende vervuiling meer en meer verdwijnt. In dit snelstromende water vingen we nog een aantal goodeïden: Chapalichthys encaustus, Alloophorus robustus, Chapalichthys encaustus, Goodea atripinnis en gelukkig ook enkele Skiffia multipunctata. De door ons gevangen mannetjes van deze soort waren niet fraai gekleurd, maar dit kan ook een kwestie van toeval geweest zijn. Een aparte vangst was de in een groot gebied levende Moxostoma austrinum, een vis uit de familie van de zuigkarpers (Catostomidae).

De reis naar het plaatsje Chapala in de staat Jalisco aan het Lago de Chapala duurde langer dan verwacht en het zoeken van een hotel bleek ook niet eenvoudig. In het plaatsje wonen veel gepensioneerde Amerikanen en dit heeft een negatief effect op de prijzen van accommodaties. We waren dan ook genoodzaakt om voor ons doen uitzonderlijk duur te overnachten en betaalden ongeveer € 90 voor een driepersoonskamer. Hoewel het al donker was besloten we toch om nog vissen te gaan vangen in het Chapalameer. Dit meer heeft een lengte van 80 km en is 18 km breed. De laatste jaren wordt het meer door droogte en vooral de enorme waterbehoefte van de bevolking ernstig bedreigd. Het komt voor dat het bijna geheel uitdroogt, iets wat vroeger nooit het geval was. Van oorsprong is het een plek waar een grote diversiteit aan soorten wordt aangetroffen. Het vissen bleek al snel een enorme uitdaging. Met lampjes op het hoofd ploeterden we met een groot sleepnet door de modderige bodem om vervolgens op de oever de buit te bekijken. De vangst was uitermate teleurstellend en gaf een goed beeld van de verslechterende situatie voor de vele vissoorten in Mexico. Met onze pogingen hadden we geen enkele goodeïde in het net, terwijl in het Chapalameer hiervan vele soorten in grote hoeveelheden voorkwamen. We vingen vier endemische soorten: 3 soorten uit het genus Chirostoma en Yuriria chapalae. De overige zes soorten die we vingen waren allen geïntroduceerd: de molly Poecilia cf mexicana, Gambusia yucatana, tilapia, karper en twee soorten zonnebaarzen (Lepomis macrochirus en Lepomis gulosus). Van de molly’s vingen we enkele zeer fraaie exemplaren.

Poeciliopsis baenschiDe volgende dag 8 januari vertrokken we na nog enige foto’s van het Chapalameer gemaakt te hebben naar de Río Purificacion. We gooiden onze netten in het water aan de weg naar het plaatsje Purificacion op ongeveer 1 km afstand van Hermenegildo Galeana. In het stroomgebied van deze rivier wordt Poecilia chica gevonden en het was voor mij dan ook een belangrijke locatie. De snelstromende rivier had voor een deel een zandbodem en het was daardoor goed mogelijk om met het sleepnet vissen te vangen. Een enkele haal met het sleepnet was voldoende voor een enorme hoeveelheid. Tussen deze goudbruin gekleurde vissen, troffen we af en toe een Poeciliopsis turneri met een zilverachtig lichaam aan. Hoewel deze soorten die allebei onregelmatige zwarte vlekken op het lichaam hebben, in eerste instantie erg op elkaar lijken, zijn bij een betere bestudering eenvoudig uit elkaar te houden. Naast de lichaamskleur onderscheiden ze zich ook door de meer afgestompte lichaamsvorm van P. baenschi. Naast deze twee soorten die in grote hoeveelheden aanwezig waren, vingen we ook nog enkele Poecilia chica en enkele exemplaren van de goodeïde Xenotaenia resolanae. Vanzelfsprekend ontbrak de tilapia ook in deze rivier niet.

20130108b Rio Cuzalapa21Daarna reden we naar de Río Cuzalapa, onderdeel van het Marabasco stroomgebied. We stopten op bij de brug tussen Cuautitlan en Cuzalap, ongeveer 20 km zuidoost van Casimirio Castillo. Deze locatie hadden we in 2000 ook bezocht en toen had ik daar een zeer fraaie stam van Poecilia chica gevangen. De mannetjes van deze stam hadden een prachtige gouden kleur met donkere vlekken. Deze stam had ik toen meegenomen naar Nederland en ook nagekweekt. Na twee generaties bleek het echter niet meer mogelijk om de vissen verder te kweken. De jongen groeiden nauwelijks en verdwenen langzamerhand uit het aquarium. Ook andere liefhebbers die dit visje van mij hadden gekregen, lukt het niet om de vissen verder te kweken. Ik was dan ook vast van plan om nieuwe exemplaren van deze molly te vangen en mee te nemen.

Ten opzichte van 2000 was de rivier duidelijk veranderd. De bedding was verder uitgegraven en er stond minder water. Voor een groot deel waren het drooggevallen rolkeien met nog een stevig stroompje daar tussendoor. Nu herinnerde ik mij dat aan de andere kant van de rivier nog een restwater van 10 bij 20 meter was waar ik toen de soort had gevangen. Helaas bleek dit water helemaal verdwenen. De vangresultaten stemden mij ook niet vrolijker. Ondanks veel pogingen met het sleepnet en een lange tijd van vangen met het elektrische apparaat, vingen we uiteindelijk maar 1 vrouwtje van de gezochte soort. Dit hebben we maar weer losgelaten. Ook vingen we geen goodeïden meer in deze rivier, terwijl we 13 jaar eerder nog grote hoeveelheden Ilyodon furcidens en Xenotaenia resolanae hadden gevangen. Poeciliopsis baenschi en de molly Poecilia butleri vingen we in grote hoeveelheden. De laatste trekt volgens John Lyons in veel meer rivieren vanuit de kust stroomopwaarts. Een interessante vangst was de goby Sicydium mulitpunctatum. Een interessante vis met een hoge rugvin, die zich niet eenvoudig liet fotograferen. Het aantal soorten werd wederom gecompleteerd door de alom aanwezige tilapia. Het was dus niet gelukt om Poecilia chica te vangen. Jammer, want eigenlijk was ik ook geïnteresseerd in het vangen van twee populaties van dit visje. Eentje uit het Río Purificacion stroomgebied en eentje uit het Marabasco stroomgebied. Deze twee stroomgebieden zijn geïsoleerd en ik heb het idee dat de soort uit deze twee gebieden verschilt.

Nadat we alles weer hadden ingepakt, reden we naar de kust waar we om 17.00 uur in het toeristische plaatsje Barra de Navidad aankwamen. Een goedkoop (€ 15 voor drie kamers) en uitermate prettig hotel hadden we snel gevonden en ook het vinden van een goed restaurant was geen probleem. Na het eten heeft Salvador met het werpnet nog even in de zee een aantal vissen gevangen. De koffervis die zich snel helemaal opblies was een interessante vangst. Daarmee was ook deze dag voorbij en had ik nog steeds geen mooie stam van Poecilia chica.

Tijdens de tocht van Morelia naar Barra de Navidad hadden we wel enkele biotopen van de kleine molly Poecilia chica bezocht, maar het was niet gelukt om voldoende vissen te vangen die als basis voor een nieuwe aquarium populatie zouden kunnen dienen.

Nadat we de nacht in Barra de Navidad hadden doorgebracht, vertrokken we op 9 januari weer richting Morelia. Aangezien ik nog steeds geen Poecilia chica had gevangen, gingen we eerst naar een locatie waar we deze soort al eerder hadden gevangen.  Op initiatief van John Lyons besloten we weer naar Arroyo el Tecolote te rijden. Deze maakt onderdeel uit van het Río Resolana stroomgebied en is een zijstroompje van de Río Purificacion. Bij een brug in de Hwy 80 op ongeveer twee kilometer ten noordwesten van Piedra Pesada is dit stroompje eenvoudig te bereiken. Het heeft een stevige stroming en een zandige bodem met her en der grote rolkeien. De temperatuur van het water was 23,5°C. Het verbaasde me dat het herkennen van de locatie me toch nog zoveel moeite kosten. In 2000 was ik hier ook geweest en hoewel toch niet heel veel was veranderd, zag het er toch allemaal net anders uit. Mogelijk dat mijn beeld ook mede vertekend is doordat ik enkele foto’s van het biotoop in mijn hoofd heb, maar de rest er omheen ben vergeten. Het stroompje leek me echter veel breder. In 2000 had ik van deze locatie een grote hoeveelheid Poeciliopsis turneri meegenomen.  Een interessante levendbarende tandkarper waarover ik toen ook nog een artikel heb geschreven (De Jong, 2001). Op de lange duur bleek de soort toch lastig om blijvend te vermeerderen. Het kleine aantal jongen per worp, maximaal 4 per twee weken, in combinatie met het feit dat het op een gegeven moment lang kon duren voordat jongen werden geboren, zorgden er voor dat de soort op een gegeven moment weer uit het aquarium verdween. Gelukkig komen ze in de natuur nog in grote hoeveelheden voor. Naast P. turneri vingen we ook veel Poeciliopsis baenschi. Ook tilapia’s vingen we weer in grote hoeveelheden.

Gelukkig vingen we nu een redelijk aantal van Poecilia chica. Van deze soort heb ik een groep van drie mannetjes en zes vrouwtjes meegenomen. Allen hebben de reis probleemloos overleeft en zwemmen inmiddels al meer dan een jaar in het aquarium. Bij thuiskomst bleken de dominante mannetjes van deze populatie ook zeer fraai gekleurd te zijn. Een prachtige groenblauwe glans bedekt het lichaam, waarop ook kleine punten aanwezig. De dominante mannetjes hebben zwarte vinnen en onderscheiden zich hierdoor duidelijk van de andere mannetjes. De tekening van de mannetjes lijkt erg op de vissen zoals die door het  toenmalige lid van Poecilia Nederland M. Siebelink in Het Aquarium zijn beschreven (Siebelink, 1988). De wildvang mannen zijn 5 cm lang en de vrouwtjes zijn 2 cm groter. Daarmee zijn ze een stuk groter dan de oude aquariumpopulatie van deze kleine molly die nog in de hobby aanwezig is en waar ook dominante ontbreken. De lengte van de door mij gevangen P. chica ligt beduidend hoger dan die van de vissen die Miller in 1975 voor de beschrijving van de soort gebruikte. Hij mat een maximale lengte van 4 cm (Miller, 1975).

De nieuwe populatie bleek bij mij kannibalistisch en ik was genoodzaakt om vrouwtjes in een apart aquarium hun jongen te laten werpen. In een aquarium van 40x30x30 cm blijven telkens tussen de 10 en 25 jongen over. Of het vrouwtje jongen gaat werpen, laat zich niet altijd even makkelijk voorspellen. In enkele gevallen zag ik wel een duidelijk magerder geworden vrouwtje, maar geen jongen.

De jongen laten zich met een gemengd dieet prima opfokken, maar groeien niet snel. Bij een leeftijd van 9 maanden hebben de vrouwtjes een maximale lengte van 4 cm en zijn daarnaast lang niet zo fors als de wildvang vrouwen. Bij de mannetjes is het verschil tussen wildvang en nakweek nog groter en in het aquarium geboren mannetjes steken met hun lengte van een kleine 3 cm en minimale kleuren flets af bij de wildvang mannen. Het lijkt er op alsof dezelfde problemen die ik al eerder met wildvang vissen had, weer de kop op steken. Misschien dat later geboren jongen nog wel de juiste grootte en kleuren krijgen. Bij enkele andere liefhebbers die ik nakweek heb gegeven, lijkt de groei beter te gaan. Laten we hopen dat de soort zich in de loop der tijd goed weet aan te passen aan de aquariumomstandigheden en dat we over enkele generaties in het aquarium nog steeds kunnen genieten van deze fraaie molly.

De goodeïde Xenotaenia resolanae hadden we in 2000 nog in redelijke hoeveelheden op deze locatie gevangen. In 2013 vingen we geen enkel exemplaar van deze soort.

Het bleek wederom een zonnige dag en we reden meer omhoog de bergen in, waar we de Río Resolana /Arroyo Tecoloto stroomopwaarts bereikten, de type locatie van de hiervoor genoemde goodeïde. Bij het plaatsje Casimiro Castillo was de rivier sterk gekanaliseerd en bestond nog slechts uit enkele restwatertjes. Verder was het een droge brede bedding gevuld met grijze rotsten en keien. Een blik in de restwatertjes bood wel een fraai beeld van het gedrag van Poeciliopsis baenschi. In het ondiepe heldere water waren duidelijk de dominante goudkleurige mannetjes te zien die hun territorium fel verdedigden tegen de andere mannetjes. De niet dominante mannetjes waren niet goudkleurig en hadden de voor deze soort kenmerkend vlekken op hun lichaam. Op het moment dat een vrouwtje het territorium in zwom, deed het mannetje een poging om haar met zijn lange gonopodium te bevruchten. Het was interessant om het natuurlijke gedrag van deze kleine Poeciliopsis eens te volgen. Deze restpopulaties zijn afhankelijk van de komst van regen opdat ze weer een groter leefgebied kunnen krijgen. Anders zullen de kleine watertjes ongetwijfeld uitdrogen.

Wij namen een klein zijweggetje dat een zijstroompje stroomopwaarts volgde. Ongeveer 2 km boven Casimiro Castillo kwamen we de eerste plaats tegen waar meer water aanwezig was. Het heldere water was ongeveer een meter diep en stroomde snel. Na een kort gesprek met een passant om toestemming te vragen om daar te mogen vissen, gingen Kyle Piller en ik met het elektrische apparaat aan de slag. Als snel vingen we een aantal Poeciliopsis baenschi en ook Xenotaenia resolanae. Enkele exemplaren van deze goodeïde nam ik mee naar huis. Het was al een groot aantal jaar geleden dat ik ze had gehouden en het is soms leuk om jaren later dezelfde soort nogmaals te houden (De Jong, 1987). Ook in die tijd beschouwde ik deze toch redelijk kleurloze vis als een mooie soort en eigenlijk vind ik dat nog steeds wel. Kleuren heeft de soort nauwelijks, maar de over het lichaam aanwezig punten en de wat gedrongen lichaamsvorm maken haar toch wel aantrekkelijk. De dominante mannetjes kunnen zowel in de rug als de staartvin een lichte banden hebben. Xenotaenia lijkt op een in elkaar gedrongen Ilyodon, waarbij het duidelijke grotere oog van Xenotaenia opvalt. Xenotaenia resolanae is eenvoudig te verzorgen en te kweken. Regelmatig waterverversen, gevarieerd voeren en en temperatuur die niet voor een langere periode boven de 23°C komt is voldoende. De jongen zijn bij de geboorte rond de 1,5 cm en bij voldoende schuilplaatsen zal een aantal overleven.

De volgende stop was in he plaatsje Ahuacapan 10 km ten zuidoosten van Autlan in de staat Jalisco. Dit bereikten we via deels verharde wegen. Bij een brug over een klein stroompje, de Arroyo Uhuacapan een zijstroom van de Río Ayuquila onderdeel van het Armeria stroomgebied, besloten we te stoppen. Het was een typisch Mexicaanse dorpje met veel eenvoudige huizen en open vuurtjes die voor de voedselvoorziening werden gebruikt. Op veel plaatsen hing de was te drogen en bij de meeste huizen werden dieren aan een touw gehouden. Naast het bruggetje stond een alkoof met daarin een Maria beeld.

Het riviertje was maximaal 2 meter breed en het diepste punt was ongeveer een halve meter. Het water stroomde snel en er waren nauwelijks waterplanten aanwezig. Op het eerste gezicht leken er niet veel vissen aanwezig te zijn, maar het elektrisch vissen bleek erg succesvol en we vingen een aantal soorten. Alle vissen op deze locatie maakten een zeer gezonde indruk. Veruit de meeste vissen (>25 stuks) bleken Ilyodon furcidens die enorm variabel in kleur en tekening waren. De drie foto’s geven een indruk van de variabiliteit van deze soort, maar ik had nog veel meer exemplaren op de foto moeten zetten om het beeld compleet te krijgen. Ook belandden een tiental Allodontichthys zonistius in de emmer. Een fraaie populatie van deze wat kleiner blijvende Allodontichthys. Verder nog twee exemplaren van de algemeen in die regio aanwezige karperzalm Astyanax aeneus en de opvallende Scartomyzon austrinus.

Hierna reden we naar Guadalajara waar we de nacht doorbrachten. Net als op alle andere dagen gebruikte ik de vroege ochtend om alle vissen van schoon water te voorzien. Hiervoor gebruikte ik flessen met drinkwater waarmee ik het grootste deel van het water van de kleine plastic flesjes waar ik de vissen in hield, verving. Dit ging uitstekend en ik verloor tijdens de reis nauwelijks vissen. Nadat we hadden ontbeten vervolgden we onze tocht naar Morelia. Onderweg bezochten we nog één biotoop, de Río Juchipila aan Hwy 54, ongeveer 20 km zuidzuidwest van Juchipila, 50 km noordnoordoosten van Guadalajara in de staat Zacatecas. Het water was vrij troebel en aangezien voor mij niet zoveel te doen was, besloot ik van het zonnetje te genieten. Terwijl John en Kyle elektrisch gingen vissen, besloot Salvador het werpnet weer eens te proberen. Zijn verwoede pogingen leverden niet meer op dan een aantal tilapias. John en Kyle hadden meer geluk. Na ruim een half uur kwamen zij terug met een emmer vol vissen. De meerval Ictalarus dugesii was met zijn lange snorharen een opvallend exemplaar. John was blij met het feit dat in deze rivier nog Cichlasoma beani aanwezig was, op veel andere plaatsen verdwijnt deze soort de laatste jaren. Ook Scartomyzon austrinus was weer aanwezig. Twee levendbarende tandkarpers kwamen in deze rivier voor: een hooggebouwde molly, Poecilia cf butleri en een opmerkelijke getekend visje dat volgens John een Poeciliopsis infans zou zijn. Helaas waren deze kleine visjes al dood toen ik ze zag, anders was het nog wel de moeite geweest om eens te kijken hoe ze zich in het aquarium ontwikkelen. De Poeciliopsis infans die ik ken, hebben niet zo’n uitgesproken lengtestreep.

Bij de terugtocht kruisten we ook de Río Grande de Santiago. Deze rivier loopt door Guadalajara en is erg vervuild. We stopten op de brug om enige foto’s van deze vervuilde rivier te maken. Het troebele water werd voor een groot deel met schuim bedekt. In deze rivier is geen aquatisch leven meer aanwezig en helemaal tot aan de Indische Oceaan is het een dode stroom.

De terugreis bleek langer dan verwacht en het was pas aan het einde van de middag dat we in Morelia aankwamen. Daarmee kwam ook een eind aan onze reis die uitermate succesvol en gezellig. We hadden in een korte tijd veel gezien, het was gezellig en de afstanden die we op een dag aflegden waren dusdanig dat we geen dagen met 12 uur rijden hadden. Tot slot wil ik Salvador Romero Gallarod, Martine Medina, Kyle Piller en John Lyons bedanken voor hun gezelschap en hulp tijdens de tocht. Ze moesten toch regelmatig wachten omdat die hobbyist weer zo nodig met levende vissen in de weer moest.

 


Literatuur:

de Jong (1987): Xenotaenia resolanae, een mooie en eenvoudig te houden hooglandkarper. Poecilia Nieuws (1): 7-9

de Jong (2001): Een interessante en fraaie vis uit het genus Poeciliopsis Regan, 1913, Poeciliopsis turneri Miller, 1975. Poecilia Nieuws (4): 59-65

R.R. Miller (1975): Five new species of Mexican Poeciliid fishes of the genera Poecilia, Gambusia and Poeciliopsis. Occasional papers of the museum of zoology University of Michigan (672): 1-44

Siebelink (1988): Hoe verder de dracht, des te groter de pracht. Het Aquarium (9): 224-225

© 2018 Poecilia.nl All Rights Reserved. Webmaster Marco Goeman