Belonesox belizanus
 
Kner, 1860
 
Tekst: Kees de Jong - Foto's: Juan Carlos Merino - Geplaatst: 12 augustus 2018

belonesox-belizanus-1400x300-copy.jpg


 

Nederlandse naam
Levendbarend snoekje.

Grootte
Vrouwtjes tot 20 centimeter; de mannetjes tot maximaal 12 cm. Met deze lengte is het de grootste levendbarende tandkarper

Temperatuur
18-30°C.

Verspreiding
Het levendbarend snoekje wordt aangetroffen aan de Atlantische kuststreek van de Mexicaanse staat Veracruz tot aan Costa Rica. De soort komt niet voor in snelstromende rivieren. Af en toe worden populaties in brakwater aangetroffen.

 

Belonesox belizanus kaart.jpg

 

Bijzonderheden                                                                                                                                                                                                                                                De lichaamsbouw van het levendbarende snoekje lijkt op die van de Europese snoek. Het torpedovormige lichaam en de van tanden voorziene bek maken duidelijk dat het om een in levend voer gespecialiseerde vis gaat. Daarmee is ook het probleem van het houden van deze soort duidelijk. Er worden alleen levende vissen van een behapbare grootte gegeten. Volwassen dieren nemen genoegen met af en toe een grote vis, maar opgroeiende vissen hebben een groot aantal voedseldieren van het juiste formaat nodig.

Op het bruine lichaam met de lichte buikzijde bevinden zich enkele rijen met kleine punten. Als de mannetjes in de juiste stemming zijn, kan de rugvin geeloranje gekleurd zijn. Opmerkelijk is de nachttekening waarbij de bovenkant van het lichaam zwart gekleurd is. Pasgeboren jongen hebben ook deze tekening.

Bij de balts zoekt het mannetje toenadering tot het vrouwtje met de al eerder beschreven risico’s. Hij zwemt voor het vrouwtje en beweegt zijn rugvin en gonopodium heen en weer voor haar kop. Af en toe draait het mannetje zich om en herhaalt dit gedrag voor het stil hangende vrouwtje. Als ze na enige tijd wegzwemt, doet het mannetje een poging om haar te bevruchten. Het bevruchte vrouwtje zal na een aantal weken dikker worden. Mijn ervaring is dat ze dan ook telkens meer gaat eten en niet zoals andere auteurs schrijven geen honger meer heeft. Een worp kan meer dan 100 jonge snoekjes opleveren. Deze zijn bij de geboorte slank en hebben een lengte van bijna twee centimeter. De jongen houden zich op bij de oppervlakte en worden niet meteen actief achtervolgd door de oudere vissen. Ze kunnen in de loop van de dag na de geboorte worden uitgevangen om ze daarna separaat op te fokken. Hiervoor moet wel levend voer aanwezig zijn. Watervlooien en muggenlarven zijn geschikt om de eerste weken als voer te dienen. Daarna moeten levende vissen van het juiste formaat beschikbaar zijn.

Als er voldoende geschikt voer aanwezig is, is het levendbarend snoekje eenvoudig te houden. In een aquarium van 80 cm lengte kunnen 2 of 3 vissen van ongeveer dezelfde lengte worden gehouden. Indien het verschil in grootte tussen de vissen te groot wordt, eten ze elkaar op. Dit risico lopen mannetjes ook bij de beduidend grotere vrouwtjes.

In het aquarium houden de vissen zich vooral op tussen de planten en worden actief op het moment dat ze worden gevoerd. Dan schieten ze naar voren en grijpen de zwemmende prooi tussen hun kaken.

Het levendbarende snoekje kan goed worden samengehouden met grote vissen die niet als prooi kunnen dienen. In alle andere gevallen verdwijnt hun gezelschap in hun maag. Al met al een vis voor de aquariaan die beschikt over voldoende geschikt voer.

© 2018 Poecilia.nl All Rights Reserved. Webmaster Marco Goeman