De invloed van Gambusia holbrooki op Europese amfibieën
Gambusia holbrooki ♀
Tekst
Kees de Jong
Foto's
Juan Carlos Merino
Geplaatst
7 januari 2020
Geïntroduceerde vissen vormen een grote bedreiging voor de kwetsbare zoetwaterbiotopen. Ze zijn vaak belangrijke rovers, hebben invloed op de omgeving, concurreren om het beschikbare voedsel of brengen ziektes over.

Amfibieën spelen een belangrijke rol in de zoetwaterbiotopen. Ze zijn van groot belang voor biologische evenwicht. Ze kunnen zowel predator, prooi of als eter van detritus (dood organische materiaal) zijn. De amfibieën vormen een kwetsbare diergroep en veel soorten worden bedreigd. Ze zijn erg gevoelig voor veranderingen in hun leefgebied. Menselijke invloed, zoals vervuiling of verandering van het leefgebied, heeft op veel plaatsen voor het (bijna) verdwijnen van amfibieën gezorgd. De introductie van vissen wordt gezien als de belangrijkste reden voor het uitsterven van lokale populaties amfibieën.

Met de introductie van vissen worden vaak ziektes meegebracht die dodelijk zijn voor de amfibieën. Ook eten de vissen de larven op, verstoren de paring, beschadigen de eieren en de planten waarin deze gelegd zijn of de kwetsbare dieren en kunnen een voedselconcurrent zijn. Net als elders rondom de Middellandse zee wordt het oostelijke muskietenvisjes (Gambusia holbrooki) ook op veel plaatsen in het Italiaanse laagland aangetroffen. Het muskietenvisje kan zich goed aanpassen aan verschillende omstandigheden en overleeft desnoods onder het ijs of in brak water.

VANNINI ET AL. (2018) deden onderzoek naar de impact van het oostelijke muskietenvisje (Gambusia holbrooki) op Italiaanse amfibieën. Het komt telkens voor dat deze levendbarende tandkarper op plaatsen terecht komt die een perfect biotoop voor amfibieën zijn. Met het onderzoek wilden VANNINI ET AL. in een laboratorium de impact van het visje op de larven van vier Europese amfibieën bepalen. Van de volgende vier soorten werden larven voor het onderzoek gebruikt:

• Groene pad (Bufotes balearicus),
• De Italiaanse boomkikker (Hyla intermedia),
• De Italiaanse kamsalamander (Triturus camifex)
• De Italiaanse middelste groene kikker (Pelophylax kl. hispanicus).

Voor het onderzoek werden kleine larven van de vier soorten verzameld. Het experiment werd uitgevoerd in aquaria met 15 liter water en er werd telkens een groepje vissen en larven in het aquarium geplaatst zodat deze aantallen lijken op de natuurlijke situatie.

De muskietenvisjes gedroegen zich tijdens alle experimenten hetzelfde. Ze bleven in een groepje in de buurt van het wateroppervlak hangen. Ze vielen de larven pas aan als deze bewogen en gingen niet actief op zoek naar een prooi. Van de 205 aanvallen was 87% succesvol, wat betekent dat de prooi door een beet in de kop werd gevangen en vervolgens opgegeten. De larven werden vaak eerst een paar keer uitgespuugd voordat ze werden verorberd. Er waren twee redenen waarom de het eten van de larven niet lukte. Als de larven in hun staart werden gebeten, lieten ze deze los en konden zonder staart ontsnappen. Daarnaast kwam het voor dat de vissen de larven uitspuugden en vervolgens niet meer opaten.

Het experiment maakte duidelijk dat de impact van het muskietenvisje per soort amfibie verschilt. De larven van de boomkikker waren het kwetsbaarste omdat ze snel werden opgegeten door de vissen en nauwelijks konden ontsnappen. Dit kan mede veroorzaak worden door het feit dat deze larven vlak onder het wateroppervlak zwemmen en zich daarbij bewegend in de buurt van de muskietenvisjes bevinden. De larven van de kamsalamander en groene kikker waren minder kwetsbaar. Hoewel ze wel vaak werden gegeten en zelden weer werden uitgespuugd, hadden ze een grotere kans om te overleven. De larven van de kamsalamander zwemmen niet veel en langzaam en ontsnappen daardoor veel aan de aandacht van de vissen. De larven van de groene kikker werden vaak uitgespuugd en dit komt mogelijk door een afstotende smaak voor niet hongerige predatoren. Een exacte oorzaak voor de grotere kans op overleven van deze larven vereist nader onderzoek. De larven van de groene pad werden het minste door het muskietenvisjes gegeten. Dit ondanks het feit dat ze actieve zwemmers waren. Waarschijnlijk produceren ze net als andere padden een giftige huidafscheiding en wordt de afkeur van de vissen nog versterkt door de afschrikwekkende kleur.

Het onderzoek heeft aangetoond dat het muskietenvisje een negatieve impact op amfibieën heeft omdat het in ieder geval de larven eet en mogelijk ook nog hier niet onderzochte impact heeft. Aangezien het muskietenvisje zich snel aanpast, enorm vruchtbaar is en op telkens meer plaatsen in Europa wordt aangetroffen, vormt zij een grote bedreiging voor de toch al kwetsbare amfibieën.
Literatuur
A. VANNINI, G. BRUNI, G. RICCIARDI, L. PLATANIA, E. MORI & E. TRICARICO (2018).
Gambusia holbrooki, the ‘tadpolefish’: The impact of its predatory behaviour on four protected species of European amphibians. Aquatic Conserv. Mar Freshw Ecosyst. (28): 476-484.

© 2018-2020 Poecilia.nl All Rights Reserved. Webmaster Marco Goeman
nlenfrdept
Don't have an account yet? Register Now!

Sign in to your account

X

.

© poecilia.nl