Samen sterk
Poecilia reticulata
Neotoca bilineata
Poeciliopsis infans
Tekst
Kees de Jong
Foto's
Fotograaf onbekend
Geplaatst
8 april 2019
Het is altijd interessant om een onderwerp eens vanuit een ander gezichtspunt te bekijken en de vraag “en andersom dan?” te stellen. Dat is ook wat M. CAMACHO-CERVANTES, A. F. OJANGUREN, O. DOMÍNGUEZ- DOMÍNGUEZ & A.E. MAGURRAN (2018) doen in hun artikel. Het is bekend dat geïntroduceerde scholenvissen zich aansluiten bij reeds aanwezig soorten. Hierdoor hebben ze direct het voordeel van het leven in een school, terwijl ze nog met een klein aantal individuen zijn. De vraag is of dit andersom ook zo is. Sluiten de oorspronkelijke scholenvissen zich ook aan bij een school geïntroduceerde vissen?

Voor vissen heeft het leven in een school een aantal voordelen zoals het eenvoudiger kunnen vinden voedsel, het verkennen van de omgeving en het ontsnappen aan predatoren. Over het algemeen gaat het hierbij om het samen optrekken met soortgenoten, maar dit gedrag wordt ook tussen soorten waargenomen. In het wild sluiten individuele vissen zich aan bij andere soorten op basis van gelijke uiterlijke kenmerken, groepsgrootte, gezondheid van de aanwezige vissen en mogelijk de aanwezigheid van parasieten.

Soorten worden meestal in kleine hoeveelheden in een nieuwe omgeving geïntroduceerd en de nadelen van een kleine groep maken hun extra kwetsbaar. Ze maken dan ook een grotere kans om te overleven op het moment dat ze zich aansluiten bij een aanwezige school vissen.

Guppen zijn uitgezet ter bestrijding van malaria of via de aquariumhandel op allerlei plaatsen terecht gekomen. Het zijn scholenvissen die profijt hebben bij het leven in een groep. In het hoogland van centraal Mexico zijn ze geïntroduceerd en het is bekend dat ze zich aansluiten bij daar levende soorten, zoals de tweestreep goodeïde Neotoca bilineata en de levendbarende tandkarper Poeciliopsis infans. Geïntroduceerde guppen zijn schadelijk voor de goodeïden omdat ze voedselconcurrenten zijn en de overactieve gupmannen de vrouwtjes lastig vallen. Het is reeds aangetoond dat guppen voordeel hebben van het samenscholen met aanwezige soorten, zodat ze zich beter kunnen handhaven in een nieuw gebied.

CAMACHO-CERVANTES ET AL (2018) onderzochten of het andersom ook het geval is. Sluiten de oorspronkelijk soorten zich aan bij een school van geïntroduceerde vissen? Ze gebruikten hiervoor geïntroduceerde guppen die ze in Maravatio hadden gevangen, tweestreep goodeïden uit het Cuitzeo meer en Poeciliopsis infans uit La Mintzita, allemaal uit de Mexicaanse staat Michoacán. Op deze plaatsen komt geen van drie soorten samen voor, zodat ze geen eerdere ervaringen met elkaar hadden.

De neiging om zich bij een schooltje vissen van de andere soorten te voegen verschilde tussen de soorten. Poeciliopsis infans doet dit minder dan guppen en de tweestreep goodeïde. Guppen sluiten zich liever aan bij een school met guppen dan bij een andere soort. De tweestreep goodeïde en Poecliopsis infans maakten dit onderscheid niet; zij sluiten zich net zo eenvoudig aan bij één van de andere soorten dan bij de eigen soort. De oorspronkelijk soorten sluiten zich dus ook liever aan bij een school geïntroduceerde vissen dan dat ze alleen blijven.

Uit eerdere onderzoeken was gebleken dat in lege gebieden waar voedsel beschikbaar is, een nieuwe soort zich beter kan handhaven. Het is echter ook zo dat in een gebied waar al een soort woont waarbij de geïntroduceerde soort zich aan kan sluiten, beter geschikt is voor invasieve soorten. Hierdoor kan deze soort zich in eerste instantie beter handhaven en daarna sneller uitbreiden. Aanwezige scholenvissen faciliteren de indringers. Ze zijn beter aangepast en leiden de soorten sneller naar het voedsel. Mogelijk hebben beide soorten in het begin voordeel van het samenscholen, maar is op de langere termijn één van de soorten de bovenliggende partij. In het geval van de guppen leidt hun voorkeur om samen te zwemmen met soortgenoten er toe dat zij bij voldoende groepsgrootte een aparte school vormen.

De kans om in een nieuwe omgeving te kunnen overleven hangt voor geïntroduceerde soorten dus mede af van de aanwezigheid van een andere soort die hen door de eerste periode heen kan helpen. De kleine inheemse Mexicaanse soorten vormen zo een prima springplank voor de geïntroduceerde guppen en verhogen de kans dat deze zich in de nieuwe omgeving kunnen handhaven. Gebieden waar al scholenvissen leven zijn voor nieuwe soorten beter geschikt om een levensvatbare populatie te starten.
Literatuur
M. CAMACHO-CERVANTES, A. F. OJANGUREN, O. DOMÍNGUEZ- DOMÍNGUEZ & A.E. MAGURRAN (2018) Sociability between invasive guppies and native topminnow

© 2018-2020 Poecilia.nl All Rights Reserved. Webmaster Marco Goeman
nlenfrdept
Don't have an account yet? Register Now!

Sign in to your account

X

.

© poecilia.nl