Skiffia lermae
(meek, 1902)
Skiffia lermae
Skiffia lermae
landkaart
Tekst
Kees de Jong
Foto's
Zie foto
Geplaatst
3 februari 2021
Nederlandse naam
Lerma goodeïde.
Etymologie
Niet aanwezig.
Grootte
Vrouwtjes maximaal 6 centimeter, de mannetjes 5 centimeter
Temperatuur
18-24°C. Het is beter voor deze soort als ze af en toe een periode op de lagere temperatuur wordt gehouden. Een constante temperatuur van 24°C is niet aan te raden.
Aquarium
Voor een goede verzorging is een soorteigen aquarium wel noodzakelijk. Dit aquarium moet naast een open zwemruimte ook schuilplaatsen voor de vissen bieden.
Verspreiding
Het leefgebied is de laatste jaren sterk afgenomen. S. lermae leeft tegenwoordig alleen nog in het Zacapu meer en een aantal bronnen in het Pátzcuaro meer en het Grande de Morelia rivier stroomgebied. Uit de Laja rivier, het Yuriria- en Cuitzeo- meer en het gehele Zirahuén stroomgebied is ze verdwenen. In de natuur leeft S. lermae onder andere samen met goodeïden uit de genera Xenotoca en Allotoca en in het Zacapu meer ook met Girardinichthys ireneae. Als planten worden onder andere Ceratophyllum, Elodea en Eichhornia in dat gebied aangetroffen. In het huidige leefgebied worden vier te onderscheiden populaties (ESU’s) erkend. Populaties moeten dus gescheiden worden gehouden. De soort wordt als bedreigd beschouwd.
Bijzonderheden
S. lermae is in verhouding tot haar naaste verwanten S. francesae en S. multipunctata niet zo populair onder liefhebbers van goodeïden. Dit heeft vooral te maken met het feit dat de kleuren en tekening van S. lermae minder aansprekend zijn. In de natuur zijn de mannetjes in de paartijd echter wel aantrekkelijk gekleurd. Ze hebben dan een blauwgroen lichaam met een donkere kop en op sommige locaties (bijv. Zacapu) ook nog een gouden buikzijde, maar in het aquarium verdwijnt deze tekening. Dan blijven zilverkleurige visjes zonder aansprekende kenmerken over. De mannetjes zijn eenvoudig van de vrouwtjes te onderscheiden door hun getande rugvin, slankere lichaamsbouw en inkeping in de aarsvin De vrouwtjes hebben een drachtigheidsvlek.

Het is een kwetsbare soort. De keren dat ik deze soort in het wild heb gevangen, vroeg het verpakken en in leven houden de nodige aandacht. Ze gingen na het vangen snel dood en moesten om dit te voorkomen regelmatig van vers water worden voorzien. Naar mijn ervaring één van de lastiger te transporteren goodeïden.

Als ze eenmaal gewend zijn in het aquarium vormt het houden en verzorgen geen probleem.
Kweek
Bij een goedlopende groep vissen verloopt de kweek meestal zonder problemen. Net na het verversen van een deel van het water worden de mannetjes actief en zijn onderling fanatiek aan het sparren en bepalen de rangorde. Tijdens de balts zwemmen de partners trillend bij elkaar in de buurt. De vrouwtjes werpen afhankelijk van hun grootte tot 20 jongen per worp. In tegenstelling tot de levendbarende tandkarpers kunnen de vrouwtjes van de goodeïden geen sperma opslaan en ze moeten na elke worp opnieuw worden bevrucht. De jongen zijn bij de geboorte tussen de 10 en 13 mm lang en worden door de grotere vissen normaal gesproken niet opgegeten. Hoewel gerichter voeren beter lukt als de jongen apart worden opgefokt, is dit niet noodzakelijk. Het geslachtsonderscheid is snel vast te stellen aan de hand van inkeping in de aarsvin die de mannetjes na enkele maanden krijgen.
Voedsel
?
Overig
De in de natuur bedreigde Skiffia lermae verdient meer aandacht van aquarianen dan op dit moment het geval is. Misschien is het mogelijk om bij een goede verzorging de natuurlijke kleuren en tekening van deze soort terug te krijgen. Houden in de vijver zou hiervoor een oplossing kunnen zijn.
Vijver
Deze soort kan gedurende de zomermaanden buiten in de vijver worden gehouden.
Literatuur
Geen

© 2018-2021 Poecilia.nl All Rights Reserved. Webmaster Marco Goeman
nlenfrdept
Don't have an account yet? Register Now!

Sign in to your account

X

.

© poecilia.nl