Hubbsina turneri
De Buen, 1941
landkaart
Tekst
Kees de Jong
Foto's
Zie foto
Geplaatst
21 januari 2021
Nederlandse naam
Niet aanwezig.
Etymologie
Niet aanwezig.
Grootte
Vrouwtjes worden maximaal 8 cm, de mannetjes blijven kleiner.
Temperatuur
Tussen de 15 en 21ºC. Hogere temperaturen worden slecht verdragen.
Aquarium
Omdat het geen grote zwemmers zijn voldoet een aquarium van ongeveer 50 cm prima.
Verspreiding
Deze goodeïde kwam oorspronkelijk waarschijnlijk voor in delen van het stroomgebied van de Río Grande de Morelia, Lago de Yuriría en de Laguna Zacapu. De laatste jaren is de soort alleen maar in Zacapu en een aantal kleine stroompjes rondom dit bronnenstelsel aangetroffen. Een voorbeeld hiervan vormen de uitlaten van de bronnen bij het dorpje Jésus María in Michoacán. De soort leeft tussen (oever) platen en wordt niet in het open water aangetroffen. Andere goodeïden die ook in dit gebied leven zijn: Xenotoca variata, Skiffia lermae Goodea atripinnis en Allotoca zacapuensis.
Bijzonderheden
De brede rugvin en het vlekkenpatroon op het lichaam zijn de meest opvallende kenmerken van deze verder zo goed als kleurloze soort. Bij een juiste lichtinval heeft de rugvin van de dominante mannetjes een gele of oranje glans. Het vlekkenpatroon is bij de mannetjes scherper. Ze zijn slanker gebouwd dan de forsere vrouwtjes en hun aarsvin is omgevormd tot andropodium (een inkeping die nodig is voor het bevruchten van de vrouwtjes).

Jarenlang was Hubbsina turneri een mysterieuze soort. Ze zouden heel moeilijk te houden en te kweken zijn, alleen ’s nachts actief en bovendien enorme voedselspecialisten. De soort was jarenlang niet beschikbaar in de hobby en dit droeg bij aan de mythevorming.

In 2000 kon ik H. turneri in het Zacapu meer vangen en met de toen meegenomen vissen heb ik ervaring met het houden van deze soort op kunnen doen. Ik vond ze niet zo heel moeilijk te houden.  Ze zijn schuw en verschuilen zich meestal. Het zijn zeker geen zwemmers en ik had de beste resultaten in een klein aquarium van slechts 50 cm. De vissen hoeven dan niet ver te zwemmen om voedsel te vinden. Met enige regelmaat werden in het aquarium jongen geboren en deze konden samen met de grotere vissen opgroeien. Deze zijn bij de geboorte ongeveer 15mm. Wel gaf ik regelmatig artemia naupliën, zodat de jongen meteen goed voer kregen. De grotere vissen aten dit ook graag. H. turneri was zo schuw dat ik vaak slechts enkele vissen zag. De meerderheid hield zich op tussen de planten. Ik had niet de indruk dat ze alleen ’s nachts actief waren. Ook overdag zag ik ze vaak door het bakje op zoek naar voedsel scharrelen. Al snel had ik zoveel gekweekt dat ik vissen aan andere liefhebbers kon geven. Niet iedereen was even succesvol met deze soort, maar ik heb niet goed kunnen achterhalen wat hiervan de oorzaak was. Doordat de vissen zo teruggetrokken leven, is het lastig om een beeld van de groepsgrootte te krijgen. Ik heb wel eens teveel vissen weggeven, waarna mijn eigen populatie minimaal bleek. Er hadden zich niet zoveel verstopt als ik had verwacht. Aangezien ze zich het beste voelen als ze in een groep met verschillende leeftijden worden gehouden, is het belangrijk om het aantal goed in de gaten te houden.
Kweek
Zie bijzonderheden.
Voedsel
Ze zijn enigszins kritisch met eten en droogvoer aten ze bij mij niet of nauwelijks. Alle levend- en diepvriesvoer werd echter goed gegeten.
Overig
Over de naam van de soort is het nodige te doen. In 2003 beschreven Radda & Meyer Girardinichthys ireneae. Dit is de populatie van H. turneri uit het Zacapu meer. Zowel de plaatsing in het genus Girardinichthys als het beschrijven als een aparte soort van deze populatie wordt door velen niet (h)erkend. Mocht dit wel zo zijn dan is Hubbsina turneri waarschijnlijk uitgestorven omdat deze visjes tegenwoordig alleen maar in en om het Zacapu meer worden aangetroffen.
Literatuur
Geen

© 2018-2021 Poecilia.nl All Rights Reserved. Webmaster Marco Goeman
nlenfrdept
Don't have an account yet? Register Now!

Sign in to your account

X

.

© poecilia.nl